x

De beekprik

Op de foto's met een icoon in de bovenhoek kan geklikt worden voor een vergrote uitgave.

beekprik

Het schone water van de Ugchelse beken biedt in het vroege voorjaar een attractie: de zeldzame beekprik. Dit is een paling-achtig visje van gemiddeld 14 cm. Het beestje leidt een vreemd leven, de eerste 4 tot 6 jaar als blinde larve in de modder, het laatste jaar vindt een metamorfose plaats, waarbij de ogen worden gevormd, geslachtsorganen ontstaan en het spijsverteringsstelsel verdwijnt. De rest van z'n leven teert de beekprik dus op reserves.
Na de winter, waarschijnlijk afhankelijk van de watertemperatuur, zwemmen de prikken stroomopwaarts op zoek naar een geschikte paaiplaats. Dit is ondiep, snelstromend water met een grindbodem. De visjes verslepen met hun zuigmond wat steentjes heen en weer om een soort ‘nest’ te vormen. Hele groepen maken gebruik van het nest, dit kunnen prikken van verschillende jaargangen zijn, dus prikken die een verschillend aantal jaren als larve geleefd hebben. Na de metamorfose is hun levensduur immers beperkt omdat ze geen voedsel meer op kunnen nemen. Ze hebben de voorkeur voor ondiep water op een zonnige plek, de activiteit is afhankelijk van de temperatuur. Wanneer ze niet actief zijn zoeken ze beschutting tussen bladeren en takjes op de bodem.
Na de paaiperiode leven de prikken nog hooguit 6 weken. De larven die na twee weken uit de eieren komen laten zich met het water stroomafwaarts voeren om zich weer ergens zo'n 6 jaar in de modder schuil te houden. Ze voeden zich onder andere met algen die ze uit het water filteren.
Helaas gaat het slecht met de beekprikken, ze staan op de Rode Lijst als bedreigde diersoort. In Nederland komen ze nog slechts op een aantal plaatsen voor. De familie der prikken is op zich een succesvolle diergroep, ze bestonden al 300 miljoen jaar geleden. Op de foto's hieronder behalve de beekprik nog een bijzonderheid uit de beken hier, het beekmijtertje. Dat is een zwammetje wat in het voorjaar groeit op dode bladeren in helder water.
Filmpjes met beekprikken staan hier, en hier.

beekprik icon
beekprik icon
beekmijtertje icon
vistrap icon

Een probleem wat de beekprikken hier tegenkomen zijn de watermolens, de larven kunnen wel het waterrad voorbij, maar als volwassen prik komen ze niet meer stroomopwaarts terug. Om dat probleem te voorkomen worden er vistrappen langs de molens aangelegd.
Links een afbeelding van een vistrap, bij de Winnemolen in de Ugchelse beek. De inzet in de foto laat een detail van de trap zien.

afb. beekprik

Door Ugchelen stromen verschillende beken, dit zijn allemaal kunstmatige beken, ooit gegraven ten behoeve van de watermolens voor de papierfabrieken. Rond 1600 maakte de papierindustrie een opmars en maakte graag gebruik van de waterkracht van en het heldere water in dit gebied. Later kwamen er ook wasserijen.
Het water komt niet uit een natuurlijke bron maar uit een zgn. sprengkop (foto links), hiervoor wordt er een gat gegraven tot aan het grondwater, en stroomt dan de gegraven sprengenbeek in. Vaak wordt een beek door meerdere sprengkoppen gevoed. Het – meestal – heldere water van de beken werd gebruikt bij de opkomende papierindustrie rond 1600. Er werden papiermolens gebouwd op plaatsen waar veel stromend water was, hiertoe werden de beken vrij horizontaal langs een helling geleid om verderop ter plekke van de molen een flink verval te kunnen krijgen. Op de foto midden de Schoolbeek in Ugchelen op de locatie waar vroeger de papiermolen Klarenbeek was. Op de foto lastig te zien, maar hij stroomt hier op een verhoging, een dijk, om tot de molen op hoogte te blijven.
Het kan zo zijn dat de ene spreng schoon helder water levert, en een andere een eindje verderop ijzerhoudend water. Door z’n rode kleur is zo'n beek niet geschikt voor de papier industrie of de wasserijen maar nog wel om een watermolen aan te drijven. In Apeldoorn stroomt door de wijk Orden de Rode Beek die zijn naam eer aan doet, zie rechter foto.

spreng icon
Schoolbeek icon
Rode beek icon

Het Veluwe massief is een soort grote spons, met daarin veel opstaande kleilagen – tijdens de voorlaatste ijstijd opgestuwde rivierkleilagen – die een soort waterdichte schotten vormen waar achter al het regenwater wordt verzameld. Wanneer door graafwerkzaamheden een kleiwand lek raakt kan een heel compartiment leegstromen en de bijbehorende beken droog komen te staan.
De beken hebben een vrij constante temperatuur doordat ze met grondwater gevoed worden en bevriezen daardoor minder snel.
Na het verdwijnen van de papierindustrie en de wasserijen waren de beken wat in verval geraakt, maar de laatste jaren wordt er hard gewerkt de beken weer in ere te herstellen. Regelmatig maken vrijwilligers de beken schoon en er worden vistrappen aangelegd om de beekprikken weer langs de molens stroomopwaarts te kunnen laten zwemmen.

Speciaal om de beekprikken te fotograferen heb ik een polaroid filter aangeschaft om te spiegeling van het water weg te nemen. Normaal levert die weerspiegeling juist mooie beelden op maar wanneer je in het water wilt fotograferen wil je het even niet. Het filter kwam ook van pas bij de Rode beek om de kleur van het water goed uit te laten komen. Hieronder een met/zonder foto, door vanuit het midden naar rechts te schuiven komt de hele foto zonder filter te voorschijn, naar links die met.

rode beek rode beek
beekprik
beekprik
beekmijtertje
vistrap
spreng
Schoolbeek
Rode beek